30 Vanuit Terherne
Het is goed om weer thuis te zijn, in Terherne. Vroeger, toen ik bij ICCO werkte en van een reis terugkwam lag er altijd een stapel post die direct aandacht vroeg. Nu ligt er niets dat urgent aangepakt moet worden. Ik moet het zelf in gang zetten. Ontmoetingen en indrukken van de laatste maanden blijven me bij. Een maand geleden was ik nog in Hebron en vertelde in mijn blog over de controlepost Tarqumia, het was ’s morgens vroeg en het was koud (zie #23). De vraag van één van de mannen die voor zijn werk naar de andere kant moest staat me nog helder voor de geest. Ik beschreef het toen als volgt: Buiten stonden we de hele tijd wat ongemakkelijk te tellen. Voor iedereen is duidelijk dat we geen werkers zijn die naar Israël moeten. We horen ook niet bij de controlepost, zoveel is gelukkig ook wel duidelijk. Wat doen we dan eigenlijk? Toen ik die vraag probeerde te beantwoorden, precies volgens het EAPPI boekje, sloeg dat niet aan. ‘Wat schiet ik daar mee op’, was de terechte wedervraag. In die afgelopen drie maanden heb ik me vaak machteloos gevoeld, je staat er bij, onrecht gebeurt, alles in je komt in opstand, maar je kunt niets doen. We beloofden de mensen die we spraken dat we in ieder geval hun ervaringen zullen doorvertellen. Opdat hun verhaal gehoord zal worden. Dat wordt dan mijn volgende fase van: ‘Drie maanden op de Westelijke Jordaan oever’. De komende tijd wil ik graag die verhalen doorvertellen. Op bijeenkomsten van verenigingen en groepen, op kerkelijke gemeente avonden, op scholen, op vergaderingen van vakbonden en politieke partijen etc. Gewoon overal waar mensen wat meer willen horen over het leven op de Westelijke Jordaan oever. Ik ben niet opeens een Midden Oosten deskundige geworden, veel weet ik niet, maar ik heb in die drie maanden wel veel gezien en gehoord en dat wil ik delen, doorvertellen. En ik wil daar over met mensen van gedachten wisselen. Kunnen we dat gevoel van machteloosheid veranderen? Ik sta klaar om waar dan ook naar toe te komen en m’n verhaal te vertellen. U kunt me bereiken op telefoon nummer: 06-28455266. Voorstellen, vragen en suggesties zijn welkom. (18 maart 2012)
29 Vanuit JeruzalemTijdens mijn verblijf op de Westelijke Jordaanoever bezochten we met onze hele groep het Holocaust museum in Jeruzalem, Yad Vashem. Het museum toont op een indrukwekkende manier de Jodenvervolging. Van het aan de macht komen van Hitler in de jaren dertig tot aan de verschrikkingen in de verschillende concentratie kampen. Je raakt er diep onder de indruk van de onvoorstelbare wreedheden en verschrikkingen, mensen (door andere mensen) aangedaan. Woorden schieten te kort.
Verhelderend vond ik de afdeling in Een citaat van Kurt Tucholsky op één van de panelen, geeft treffend die situatie weer: ‘A country is not just what it does - it is also what it tolerates‘, vrij vertaald: ‘Een land is niet slechts wat het doet - het is ook wat het laat gebeuren’. Kurt Tucholsky was een Duitse schrijver van Joodse afkomst. In 1890 geboren in Berlijn en overleden in 1935. Ik moest vaak aan dit citaat in Yad Vashem denken. Pas nog toen ik een uitstapje maakte naar West Jeruzalem en daar getuige was van het ogenschijnlijk onbezorgde leven van de Joodse/ Israëlische burgers. Misschien zelfs onbewust van het onrecht en de ellende die uit hun naam Palestijnse burgers wordt aangedaan. Maar laat ik voorzichtig zijn met het uitgestoken vingertje. Een variant op de uitspraak van Kurt Tucholsky zou kunnen zijn: ‘Een wereldgemeenschap is niet slechts wat het doet - het is ook wat het laat gebeuren’. Gewoon laat gebeuren wat de militaire bezetter in de Palestijnse gebieden aanricht. En dan zijn we dicht bij huis. In mijn vorige blog schreef ik dat het er voor ons op zit, we droegen de verantwoordelijkheid over. Graag wilde ik Adrie van dicht bij laten zien waar ik druk ben geweest. Omdat mijn visum verliep ging ik naar Jordanië, Adrie ging mee. Zo’n week in Jordanië is goed om wat afstand te nemen. Daarna nog een paar dagen op de Westelijke Jordaanoever: Oost Jeruzalem, Bethlehem, bezoek aan een dorp in de Jordaanvallei en natuurlijk even naar Yanoun. Alsof ik thuis kwam.
De ervaringen van het nieuwe team zijn herkenbaar. Kolonisten die in Burin, dorp vlak bij Nablus, olijfbomen vernielden. En in de Jordaanvallei ging het Israëlische leger oefenen, met tanks door de velden van Palestijnse boeren, brede sporen door opkomende
(maart 2012, beide foto's 'geleend' van het nieuwe team)
28 Het zit er op, voor onsHet zit er op voor ons team. De komende dagen geen nieuwe artikelen op mijn blog. Drie maanden gingen snel voorbij. Adrie komt over twee dagen hiernaar toe. Ik moet het land uit omdat m’n visum verloopt. We gaan samen een week naar Jordanië en willen er een voettocht maken. Daarna komen we naar Palestina, waar ik Adrie wil laten zien hoe Yanoun er uit ziet en waar ik de afgelopen tijd bezig was. Misschien maken we nog iets mee en schrijven het op. In dat geval hoort u het. We hebben onze taken overgedragen, praktisch en formeel, aan het nieuwe team, groep 43. Een dag of tien geleden kwamen onze opvolgers vier dagen in Yanoun om ingewerkt te worden. Ik herinner me goed hoe het drie maanden geleden voor ons was, overweldigend, zoveel indrukken en informatie, niet om te onthouden. Wij maakten een plan en probeerden het wat rustiger aan te doen, maar uiteindelijk toch ook weer een vol programma. Het nieuwe team ging vervolgens terug naar Jeruzalem voor verdere oriëntatie en training. Voor de formele overdracht in de St George kathedraal in Jeruzalem, moesten we hals over kop een dag eerder Yanoun verlaten. Er werd erg slecht weer voorspeld, sneeuw zou de wegen in onze buurt onbegaanbaar maken. In vliegende storm en stromende regen vertrokken we, het sneeuwde niet. Gek eigenlijk van de Bijbelse geschiedenis lessen herinner ik me geen noodweer, afgezien dan van die ene keer met Noach en dat liep uit op de zondvloed. De formele overdracht in de kathedraal was een mooie afsluiting, met symboliek. Opluchting en tevredenheid dat de taak er op zit en vertrouwen in opvolgers die vol goede moed naar Yanoun afreisden. Graag had ik nog meer verteld over ons werk: Balata kamp is het grootste vluchtelingen kamp op de Westelijke Jordaanoever. We werden er rondgeleid door een jonge man die in het kamp was geboren, hij vertelde over de tijd van de tweede intifada toen het Israëlische leger het kamp belegerde. Een avondklok was van kracht, tankbeschietingen, arrestaties, veel gewonden en doden. In Nablus waren we een zondagmiddag in een bijeenkomst, georganiseerd door de predikant van de Anglicaanse kerk, met Imans, Moslim voorgangers. Onderwerp van de bijeenkomst was de invloed van het Christendom op het onderwijs. Over het algemeen ging het om positieve invloeden. Alle deelnemers leken actief bij het onderwerp betrokken. De Imans waren geïnteresseerd in het programma van de Wereldraad van Kerken. We waren een zondag middag, na de gebruikelijke kerkgang in Nablus, in het dorp Tawayel. Mensen waren er in hongerstaking gegaan om te protesteren tegen de nieuwe sloopbevelen die door het Israëlische leger waren uitgegeven.
De laatste weken werden we in verschillende dorpen geconfronteerd met geweld door kolonisten. In Qaryut bijvoorbeeld rooiden kolonisten pas geplante olijfbomen, namen het land in beslag en gingen er eigen bomen planten. Ook begonnen ze met het uitzetten van het tracé voor een weg naar hun nederzetting. De dorpelingen zijn niet van plan zich zomaar gewonnen te geven. Ze verwijderden de piketten voor het tracé. Maar, dorpelingen met blote handen tegen bewapende kolonisten die door het leger beschermd worden, is een ongelijke strijd.
Een paar dagen voor het voorspelde noodweer werden door het leger, in het dorpje Aj Jawani, woontenten en onderkomens voor de schapen gesloopt. Toen de bulldozers daar klaar waren gingen ze door naar Khirbet Tana (zie ook mijn artikel nr 26). Ook daar werden tenten voor mensen en schapen vernietigd. De eigenaar van de gesloopte tenten vertelde ons dat de soldaten hem hadden gezegd dat ze dit deden omdat ze willen dat hij naar Beit Furik vertrekt en nooit meer in Khirbet Tana terug komt. Verder vertelde hij: ‘Ze kwamen vandaag, omdat ze ook weten dat het slecht weer wordt’. De ‘demolition orders’, sloopbevelen, worden formeel beargumenteerd nodig te zijn omdat er gebouwd is zonder toestemming. En dat mag natuurlijk niet, dat mag nergens in de wereld! Maar we moeten dan wel bedenken dat het gaat om gebied ‘C’, waar het Israëlische leger de baas is. Bouwvergunningen moeten bij het leger aangevraagd worden. Praktijk is dat het leger geen of nauwelijks vergunningen verleent aan Palestijnse eigenaren. Ten einde raad bouwen mensen dan maar zonder vergunning. Vergeet dan niet dat de Israëlische nederzettingen ook allemaal in gebied ‘C’ liggen en dat de bouw daar gewoon doorgaat, zelfs opgevoerd wordt. (20 februari 2012)
27 Nog een keer HebronHieronder een vertaling van een artikel van Uri Avnery, dat ik aantrof op zijn website. Het is een reactie op wat hier de laatste maand in de media aandacht kreeg. De minister van onderwijs wil dat schoolkinderen meer weten van hun geschiedenis. Bezoek aan Hebron, aan het graf van de aartsvaders past daar in. Maar toen scholen de kinderen ook in contact willden brengen met soldaten en ex-soldaten van Breaking the Silence (de stilte doorbreken, zie mijn blogartikel # 21) werd van hogerhand ingegrepen. Onderstaand artikel gaat hier op in. De schrijver Uri Avnery is een Joods journalist en vredesactivist. Hij zat een jaar of tien in de Knesset (tweede kamer). Er lijkt geen einde te komen aan de problemen veroorzaakt door de stad Hebron Deze keer is de oorzaak zo onschuldig als maar kan: de georganiseerde bezoeken van schoolkinderen aan de Grot van Machpelah, waarvan aangenomen wordt dat onze voorvaderen er begraven zijn. Eigenlijk moet Hebron een symbool van broederschap en verzoening zijn. Het is de stad die verbonden is met de legendarische figuur van Abraham, de gemeenschappelijke voorouder van zowel de Hebreeërs als de Arabieren. Zelfs de naam betekent vriendschap: de Hebreeuwse naam Hebron heeft dezelfde oorsprong als het woord “haver”: vriend, kameraad, terwijl de Arabische naam – al-Halil – ook vriend betekent. Beide namen verwijzen naar Abraham, de vriend van God. Abrahams eerstgeborene, Ismaël, was de zoon van concubine Hagar, die de woestijn ingestuurd werd om er te sterven, toen Sarah Isaac kreeg, de wettige zoon. Ismaël, de patriarch van de Arabieren en Isaac, de patriarch van de Joden, waren vijanden. Maar toen hun vader stierf, kwamen ze samen om hem te begraven: “Toen gaf Abraham de geest en stierf, een gezegend man op hoge leeftijd (175 jaar oud) en hij werd met zijn voorouders verenigd. En zijn twee zonen, Isaac en Ismaël, begroeven hem in de Grot van Machpelah…” (Genesis 25).
Eeuwenlang heeft er een kleine Joodse gemeenschap in vrede gewoond, in perfecte harmonie met de islamitische bewoners. Maar in 1929 gebeurde er iets verschrikkelijks. Een groep Joodse fanatici ensceneerde een incident in Jeruzalem. Ze probeerden de gevoelige status quo van de Klaagmuur te veranderen. Religieuze rellen braken uit in het hele land. In Hebron werden 59 Joden door moslims afgeslacht, mannen, vrouwen en kinderen. Een gebeurtenis die een onuitwisbare indruk heeft achtergelaten in het geheugen van de Joden. (Minder bekend is dat 263 Joden gered werden door hun Arabische buren). Kort na de bezetting van de Westelijke Jordaanoever in de Zesdaagse oorlog, kwam een groep fanatieke Messiaanse Joden in het geheim Hebron binnen. Zij stichtten er de eerste joodse nederzetting. Dit groeide uit tot een ware broedplaats van extremisme, inclusief enkele door en door fascisten. Eén van hen was de massamoordenaar Baruch Goldstein. Tijdens een gebedsdienst vermoordde hij 29 Moslims in de Grot van Machpelah - eigenlijk helemaal geen grot, maar meer een fort - misschien wel gebouwd door koning Herodes. Sindsdien zijn er eindeloze problemen tussen de ongeveer 500 Joodse kolonisten in de stad, die de bescherming van het leger genieten, en de 165.000 Arabische inwoners, die volledig zijn overgeleverd aan hun genade, verstoken van mensenrechten of burgerrechten. Als schoolkinderen daar mee naar toegenomen zouden worden, om naar beide kanten te luisteren en iets te leren over de complexiteit van het conflict, dan zou dat goed zijn. Maar dit was niet de bedoeling van de Minister van Onderwijs, Gideon Sa’ar. Als persoon is Sa’ar (de naam betekent “storm”) een aardig mens. In feite begon hij zijn carrière bij mijn blad, Haolam Hazeh. Hij is echter een rechtse fanatiekeling, die gelooft dat het zijn taak is om Israëlische kinderen te zuiveren van het verdorven kosmopolitische liberalisme, waarvan hij denkt dat hun leraren doordrenkt zijn. En de kinderen te veranderen in uniforme, trouwe patriotten, bereid om te sterven voor het vaderland. Hij stuurt legerofficieren naar scholen om te preken en te eisen dat leraren de leerlingen “Joodse waarden” bijbrengen (d.w.z. nationalistische godsdienstigheid) zelfs op seculiere scholen. En nu wil hij de schoolkinderen naar Hebron en andere “Joodse” plaatsen sturen zodat hun “Joodse wortels” sterker worden. De kinderen die daar komen zien de “Joodse” Grot van Machpelah (die 13 eeuwen lang een moskee was), de kolonisten, de straten waar geen Arabier meer te zien is en ze luisteren naar de indoctrinatie van patriottische gidsen. Er is geen contact met Arabieren, geen andere kant, helemaal geen andere mensen. Toen een opstandige school ex-soldaten uitnodigde van de vredes groep “Breaking the Silence” (Doorbreek de Stilte) om met hen mee te gaan en hen de andere kant te laten zien, kwam de politie tussenbeide en belette hen de stad te bezoeken. Ongeveer 200 leraren en schoolhoofden hebben een officieel protest ondertekend tegen het project van de Minister van Onderwijs en eisen dat het stopgezet wordt. Sa’ar is boos. Met vlammende ogen achter zijn brillenglazen hekelt hij de leraren. Hoe kan men zulke verraders toestaan onze kostbare kinderen te onderwijzen? Dit alles deed me denken aan mijn overleden vrouw, Rachel. Het kan zijn dat ik het verhaal al eerder verteld heb. Als dat zo is, moet u het mij maar niet kwalijk nemen. Ik moet het gewoon nog een keer vertellen. Rachel was jaren lang lerares in groep 3 en 4. Ze was er van overtuigd dat er na die tijd niets meer gedaan kon worden aan de vorming van het karakter van een mens. Net als ik, hield Rachel van de Bijbel – niet als een religieuze tekst of een geschiedenis boek (wat het beslist niet is) maar als een uitstekend literair werk, ongeëvenaard in schoonheid. De Bijbel vertelt hoe de mythologische Abraham de Grot van Machpelah kocht om zijn vrouw Sarah te begraven. Het is een prachtig verhaal en zoals zij altijd deed liet Rachel de kinderen het in de klas naspelen. Dit bracht niet alleen het verhaal tot leven, maar zo kon zij ook verlegen jongens en meisjes naar voren halen die weinig zelfvertrouwen hadden. Als zij uitgekozen werden om een belangrijke rol in één van deze geïmproviseerde stukken te spelen, zouden ze zelfrespect krijgen en opeens opbloeien. Voor sommigen had het hun hele leven veranderd (zoals zij mij tientallen jaren later toevertrouwden). Volgens de Bijbel (Genesis 23) vroeg Abraham de mensen van Hebron om een stuk land te kopen voor zijn vrouw, toen zij op hoge leeftijd, 127 jaar oud, stierf. Alle Hebronieten boden hun land voor niets aan. Maar Abraham wilde het land van Ephron, de zoon van Zohar kopen, “voor al het geld wat het waard is”. Ephron, echter, weigerde het geld aan te nemen en stond er op het land als een gift aan hun geëerde gast te geven. Na het uitwisselen van veel vriendelijke opmerkingen zei Ephron ten slotte: “Mijn heer, luister naar mij: het land is vier honderd sjekel waard, maar wat is dat nu tussen u en mij?” Het verhaal werd prachtig uitgebeeld. Een 7-jaar oude jongen met een lange baard speelde Abraham en een andere jongen speelde Ephron. De rest van de klas fungeerde als mensen uit Hebron, die getuigen waren bij de overdracht, zoals Abraham verzocht had. Rachel legde aan de kinderen uit dat dit een heel oude manier van zaken doen is, niet gelijk over geld beginnen, maar eerst beleefdheden uitwisselen en tegenwerpingen maken en dan langzamerhand naar een compromis toewerken. Ze voegde er aan toe dat men in de Arabische wereld deze fatsoenlijke procedure nog steeds volgt, zeker bij de Bedoeïenen, zelfs in Israël. Voor de kinderen, die waarschijnlijk nog nooit een goed woord over Arabieren hadden gehoord was dit een openbaring.
Als leraren zoals Rachel hun leerlingen zouden kunnen meenemen naar Hebron en zouden kunnen rondleiden, samen naar de Arabische specerijen markt gaan, de werkplaatsen bezoeken waar al eeuwenlang het unieke blauwe Hebron glas gemaakt wordt, dan zou dat geweldig zijn. Als kinderen zouden kunnen praten met Arabieren en Joden, ook met de fanatici van beide kanten, dat zou enorm educatief zijn. Het bezoeken van de graven van de patriarchen (waarvan veel serieuze archeologen geloven dat het werkelijk de graven zijn van Moslim Sjeiks) die heilig zijn voor zowel Moslims als Joden, zou een boodschap kunnen overbrengen. Joodse Israëliërs zijn er zich totaal niet van bewust dat Abraham ook als profeet voorkomt in de Koran. Voordat de mythologische Koning David (die ook in de Islam als profeet wordt vereerd) Jeruzalem veroverde en de stad tot zijn hoofdstad uitriep, was Hebron zijn hoofdstad. Inderdaad, de stad die 930 meter boven zeeniveau ligt, heeft schone lucht en aangename temperaturen zowel in de zomer als in de winter. Deze episode brengt mij terug naar een oud stokpaardje van mij: de noodzaak voor alle Israëlische schoolkinderen, zowel Joods als Arabisch, om de geschiedenis van het land te leren kennen. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Lang niet. Arabische kinderen in Israël leren Arabische geschiedenis, beginnend met de geboorte van Islam, ver weg in Mekka. Joodse kinderen leren de Joodse geschiedenis, die in dit land bijna 2000 jaar lang geen significante rol speelde. Grote delen van de geschiedenis van het land zijn onbekend voor de één of voor de andere groep. Joodse leerlingen weten niets over de Mamluks en bijna niets over de Kruisvaarders (behalve dat zij op weg hierheen in Duitsland Joden afslachtten). Arabische leerlingen weten heel weinig over de Kanaänieten en de Makkabeeën. Het leren kennen van de geschiedenis van het land in zijn totaliteit, inclusief de Joodse en Moslim perioden, zou een gemeenschappelijke visie kunnen creëren die de twee volken veel dichter bij elkaar zou kunnen brengen en vrede en verzoening gemakkelijker maken. Maar dit vooruitzicht is vandaag de dag nog net zo ver weg als het 40 jaar geleden was, toen ik het voor de eerste keer in de Knesset naar voren bracht, wat mij de bijnaam “de Mamluk” (een neerbuigende benaming, afkomstig van ‘slaven van de koning’) opleverde van de toenmalige Minister van Onderwijs, Zalman Aran van de Arbeiders Partij. In een heel andere atmosfeer zou Hebron gezien kunnen worden zoals het zou moeten: een fascinerende stad, heilig voor beide volken, de tweede meest heilige stad (na Jeruzalem) van het Judaïsme en één van de vier heilige steden van Islam (met Mekka, Medina en Jeruzalem). Met wederzijdse tolerantie en zonder de fanatici van beide kanten, zou dat een prachtige plaats zijn om met kinderen te bezoeken. Het originele Engelstalige artikel treft u hier: http://zope.gush-shalom.org/home/en/channels/avnery/1328864396 (18 februari 2012)
26 Khirbet Tana
Khirbet Tana is een afgelegen dorp, een gehucht zouden wij het noemen, aan de rand van de Jordaanvallei. Het ligt ten westen van de Het gebied wordt gebruikt door herders. Het hele jaar door verblijven de herders met de schapen in het dorp. Het kan er in de zomermaanden erg warm worden. Vrouwen en kinderen gaan dan naar Beit Furik, het dichtstbijzijnde grote dorp. Al verschillende keren werd het dorp door het leger met bulldozers gesloopt. Kolonisten en leger doen regelmatig invallen. Het gebeurt ook nogal eens dat kolonisten naar de bron komen om er in te ‘zwemmen’, de bron die drinkwater voor het dorp levert. Er zijn geen huizen meer, mensen leven in tenten en grotten. De oude moskee staat nog overeind. Een paar dagen geleden kwam er een legerpatrouille en maakte foto´s. De verwachting is dat het leger met die foto´s bij de rechter wil aantonen dat het gebied echt door het leger wordt gebruikt om soldaten te trainen en dat de mensen dus moeten vertrekken.
We bezochten de school en enkele families. Vorig jaar werd de school voor de laatste keer gesloopt, er is nu een tentschool met twee lokalen. Het hoofd van de school lijkt een toegewijde onderwijzer, hij werkt er al tien jaar en geniet zo te zien van het lesgeve Het huis van het gezin naast de school werd gesloopt, ze woonden daarna in een tent en die is vorig jaar ook gesloopt, nu wonen ze in een grot. Toen de tent werd vernield nam het leger hun watertank in beslag. In totaal nam het leger in het dorp een tractor en tien watertanks in beslag. Het leger gaf te kennen dat ze hun spullen alleen terug krijgen als ze uit het gebied vertrekken. Water halen ze nu met een ezel bij een bron een kilometer verder op. De vader van het gezin legde uit dat Khirbet Tana op een belangrijke plek ligt, het is nog het enige dorp dat de aanleg van een verbindingsweg tussen de nederzettingen Itamar en Mekhora blokkeert. ‘Ze willen ons weghebben, daarom wordt ons het leven moeilijk gemaakt. Ze slopen huizen en scholen en nemen watertanks in beslag. Het leger zegt dat dit militair terrein is, maar wij hebben hier altijd gewoond en ik heb eigendomspapieren uit de Ottomaanse tijd’, legde hij uit. De andere buren, ook in een grot, hadden ‘koffie visite’, buurvrouwen met jonge kinderen waren bij elkaar op bezoek. Ze vertelden dat het leger de ingang van verschillende grotten met stenen en aarde had dichtgemaakt. Maar zij hadden alles eigenhandig weer open gegraven.
Vorig jaar januari werd het dak van de grot van andere buren door een bulldozer gedeeltelijk gesloopt. Er was nu een dak van golfplaten, oude golfplaten die ooit gered werden toen het leger huizen kwam slopen. Het dak lekt en nu het nogal eens regent, staat er water in de grot. De bewoners kregen bij de sloop te weinig tijd om spullen in veiligheid te brengen, veel ging verloren. Toen ze de soldaten vroegen waarom hun grot gesloopt werd kregen ze te horen dat het is omdat de soldaten hen niet meer willen zien: ‘We zouden niet de grot moeten slopen, maar we zouden jullie moeten slopen’. Ook deze familie heeft oude eigendomspapieren. Veel van hun land is inmiddels al afgenomen, de nederzetting Mekhora is gebouwd op hun land. Het leger kwam en eiste daar land voor een legerbasis: Israël moest zich beschermen tegen mogelijke aanvallen door Jordanië. De legerbasis kwam er. Het leger nam schapen in beslag als die te dichtbij kwamen, ook herders werden gearresteerd. Schapen en herders konden vrijgekocht worden. Het werd de mensen teveel en ze trokken zich terug in Khirbet Tana. Twee jaar later was er een kibboets en weer een paar jaar later was er de nederzetting Mekhora. Dit is het veel gehoorde relaas over de algemene aanpak door Israël in bezet gebied: neem land in bezit voor een leger basis, als verklaring wordt vaak gegeven dat het land toch niet geschikt is voor landbouw of veeteelt, na verloop van tijd stapt het leger op en komen er kolonisten, soms zoals bij Mekhora met een kibboets als tussen fase, dan is het land kennelijk wel geschikt voor (Israëlische) landbouw of veeteelt. (14 februari 2012)
25 Hebron – Al Khalil
Hebron is met ruim 170,000 inwoners de op één na grootste stad op de Westelijke Jordaan o Het oude stadscentrum is een verzameling smalle straatjes en steegjes, met overal winkeltjes en kramen. Net als bijvoorbeeld in de oude stad in Nablus en in Jeruzalem vind ik het opvallend dat er zoveel groente en fruit te koop is. Het was waarschijnlijk de tijd van de bloemkool oogst, overal bloemkolen te koop. Groter en een beetje geler dan ik ze van thuis ken.
Een deel van de stad, het centrum, ligt in gebied C. Dat betekent dat het Israëlische leger er alles te zeggen heeft. In dit oude centrum, zijn vier Israëlische nederzettingen. Palestijnen werden met geweld uit hun huizen gezet en kolonisten trokken er in. Alles bij elkaar gaat het om niet meer dan 500 kolonisten. En om die te beschermen zijn een paar dui
Elke zaterdagmiddag organiseren kolonisten voor andere kolonisten een toeristisch uitstapje door de oude stad. Ik zag toen iets van die militaire 'bescherming' voor de kolonisten. Ongeveer vijftig kolonisten en een gelijk aantal bewapende militairen, er voor er achter en er omheen. Langs de route overal militairen op de daken. Alle militairen met het geweer (uzi) in de aanslag. Winkelend publiek werd door de soldaten op afstand gehouden. Als je op deze manier door het leger begeleid wordt ga je vanzelf geloven dat al die boodschappen doende moeders en hun kinderen terroristen zijn! Enkele internationale waarnemers die te dicht bij kwamen werden gefotografeerd en kregen de waarschuwing dat ze gearresteerd worden als ze geen afstand houden. Aan het eind van de tour was er een ‘incident’. Er werd een steen gegooid en die kwam op een geparkeerde auto terecht. Kennelijk zag niemand wie gegooid had, ook de soldaten op de daken lieten blijken niemand gezien te hebben. Eerst werden de kolonisten in veiligheid gebracht achter een stevig hek in hun eigen nederzetting en toen kwam het leger echt in actie. Straten werden afgezet, omstanders werden verdreven, er werd geschreeuwd en tegen deuren getrapt. Vier of vijf jongens warden uit het publiek geplukt en apart gezet. We werden verder teruggeduwd en konden niet meer zien wat er gebeurde. De VN was ook gealarmeerd en kwam er bij, en nog meer ‘internationals’. Grote onduidelijkheid alom. Na een poosje stormden de twintig soldaten uit de straatjes naar beneden en terug naar hun basis. De kinderen bleven achter en werden angstvallig binnen gehouden. Dus gelukkig geen arrestaties of nog ellendiger dingen. Door alle bijzondere ‘veiligheidsmaatregelen’ kunnen kinderen niet gemakkelijk naar school. Het probleem is niet het drukke verkeer, maar de bij tijden spugende, scheldende en stenen gooiende kolonisten, die schoolkinderen lastig vallen. Het team in Hebron begeleidt ‘s morgens en ‘s middags de kinderen naar en van school, de zogenaamde ‘schoolrun’. Het is maar een stukje van nog geen kilometer, maar zonder dat zouden kinderen niet naar school kunnen. Ik deed een middag mee met deze ‘school run’. Door een collega was ik naar de vaste plek gebracht. Al snel kwam er en jeep met vier militairen, die me vertelden dat ik daar niet mag staan. Toen ik reageerde dat hun instructie niet klopt want dat we daar altijd staan werd gezegd dat het nieuw is, militair gebied. Ik vroeg om een kaart waarop deze nieuwe situatie is aangegeven. De mannen in de jeep gingen er niet op in, de militair bij de controlepost kon slechts uitleggen dat hij orders van zijn meerdere opvolgt. Er zat voor mij niets anders op dan tien meter verderop te gaan staan. Die middag verder geen problemen, geen schreeuwende kolonisten, gewoon spelende en rennende schoolkinderen die naar huis gaan. Een artikel over Shuhada straat, in het centrum van Hebron, vertaalde ik. Het geeft achtergrondinformatie plus een persoonlijk verhaal van een bewoonster. Hier leest u die vertaling.
Nog meer informatie werd me door een lezer aangereikt. Nog maar net gepubliceerd, een rapport over de Golani brigade die eind vorig jaar in Hebron werd gestationeerd. Het rapport is in het Engels, u moet een paar keer door klikken om alles te lezen. Het is zeer de moeite waard: http://www.alternativenews.org/english/index.php/component/content/article/33-west-bank/4135-golani-brigade-terrorizing-palestinians-in-hebron (13 februari 2012)
24 Abu en Um Jalal in Iraq BurinBurin en Iraq Burin zijn twee dorpen vlakbij Nablus. Een paar honderd jaar geleden verliet een familie Burin en vestigde zich boven op de top (iraq in het Arabisch) van een nabijgelegen heuvel. Vandaar de naam van het dorp: Iraq Burin. In Palestina is het gebruikelijk dat ouders een naam krijgen waarin de naam van de oudste zoon is opgenomen. Bijvoorbeeld: Abu Jalal, dat is de vader van Jalal en Um Jalal is de moeder van Jalal.
Het is een mooi gezicht Iraq Burin bovenop de heuvel, als een vesting. We gingen op bezoek bij de familie Jalal en spraken met de moeder en één van haar zoons (9 zoons en 4 dochters). Jalal, de oudste zoon is in de gevangenis, tien jaar al bijna. Een Israëlische militaire rechtbank veroordeelde hem, toen hij 19 jaar was, tot tweemaal levenslang plus dertig jaar. Moeder en broer vertelden Jalal’s verhaal. Tijdens de tweede Intifada, in 2002, werd Jalal er van beschuldigd vier Palestijnen geholpen te hebben om een dorp bij Nablus binnen te komen. Daar vermoordden ze vier Israëlische soldaten. Twee van de Palestijnen werden ook gedood. De nacht erna kwam het leger het dorp in, haalde iedereen het huis uit en verhoorde Jalal en zijn vader. Het huis werd doorzocht en overhoop gehaald, maar er werd niets belastend gevonden. Jalal werd meegenomen, zijn vader kreeg te horen dat hij zijn zoon gedag kon zeggen, hij zou hem niet meer zien. De moeder mocht haar zoon niet zien, zelfs de medicijnen die hij gebruikte mocht ze hem niet zelf geven. Grote onzekerheid bestond over de plek waar hij werd vastgehouden en wat zijn toestand was. Acht maanden bleven ze in onzekerheid. Later bleek dat hij 85 dagen lang was ondervraagd, zonder contact met een advocaat. De ondervragingen waren gewelddadig en hij was van de ene naar de andere gevangenis overgebracht. Het proces voor de militaire rechtbank sleepte zich drie jaar voort. De ouders waren drie maal in de rechtszaal, maar mochten geen contact met hun zoon hebben. Pas vier jaar na zijn arrestatie mocht Um Jalal haar zoon bezoeken en hem vast houden. Abu Jalal en de broers krijgen geen toestemming Jalal te bezoeken, dat zou een te groot veiligheidsrisico zijn! De moeder en de zussen mogen op bezoek, één maal per twee weken een ontmoeting van 20 minuten achter een dikke glaswand en spreken door een slecht werkende telefoon. Het Rode Kruis regelt reisvergunning en vervoer voor bezoekers. Een reis van acht uur en lang wachten bij de gevangenis. De controle bij de doorgang door de muur is streng, bij de gevangenis erger, ze moest zelfs haar kleren uitdoen om gecontroleerd te worden, vernederend. Dit heeft niets met veiligheid te maken, maar lijkt bedoeld om te krenken. Het vraagt moed om een volgende keer toch weer te gaan. Leden van het gezin worden regelmatig door soldaten en politie lastig gevallen. Reis- en werkvergunningen kunnen ze niet krijgen.
Jalal en zijn medegevangenen gingen in hongerstaking, die is inmiddels voorbij. Als straf is hij in een isoleercel geplaatst en kan helemaal geen bezoek ontvangen. Politieke gevangenen als Jalal hebben een veel slechtere behandeling dan ‘gewone’ gevangenen Abu Jalal en een andere zoon bouwden ergens verderop in het dorp aan een huis en we gingen ook even daar langs. Het was niet nodig over zijn zoon te praten, zei hij, we hadden het verhaal al gehoord. Wat hier nu belangrijk is zijn de aanvallen van de kolonisten uit de nederzetting Bracha, gesteund door het leger. Een paar weken geleden hadden de kolonisten iets nieuws, ze stuurden vier venijnige honden het dorp in. Gelukkig steunen en verdedigen de dorpelingen elkaar tegen het geweld van de kolonisten. Maar in maart, twee jaar geleden, liep het slecht af. Kolonisten en leger vielen het dorp binnen en schoten twee teenagers dood. Vorig jaar januari werd een jonge man die op het land werkte door kolonisten gedood. Zonder enige actie te ondernemen tegen de kolonisten sloot het leger toen het dorp van de buitenwereld af. Ik heb nergens kunnen achterhalen of de schuldigen berecht werden. Nog even wat achtergrond informatie: 5300 Palestijnen zitten vast in Israëlische gevangenissen, geen Israëlische gevangenen in Palestijnse gevangenissen. Rapporten van mensenrechten organisaties beschrijven de slechte behandeling en marteling van gevangen. Bekentenissen die door marteling zijn verkregen kunnen gebruikt worden in een rechtszaak. Kinderen worden ook door de Israëlische militaire rechtbank berecht. Internationaal geldt dat iedereen onder de 18 een kind is, Israël verlaagde die leeftijd naar 16. Kinderen worden net als volwassenen slecht behandeld en gemarteld.
(10 februari 2012)
23 Controlepost bij Hebron *)Al eerder schreef ik over een controle post, in de scheidingsmuur in Bethlehem (#7). Dat was toen een speciale ervaring. ’s Morgens vroeg, vanaf vier uur, een paar duizend mensen, op weg naar hun werk. Grondige controle, onpersoonlijke behandeling en militair machtsvertoon. Vernederend vond ik de manier waarop mensen behandeld worden. Controle posten zijn te vinden op veel plekken op de Westelijke Jordaanoever. Niet alleen als grenspost tussen Palestijns gebied en Israël, maar ook in bezet Palestijns gebied. Dit laatste omdat delen van het Palestijns gebied onder controle staan van Israël. Er zijn daarom op de Westelijke Jordaanoever nog al wat grenzen tussen gebieden die bestuurd worden door de Palestijnse Autoriteit en gebieden die bestuurd worden door het Israëlische leger. En op elk van die ‘grenzen’ kunnen controleposten staan of gezet worden. Toen ik kort geleden EAPPI collega´s in Hebron bezocht en meedraaide in hun programma was ik in Tarqumia, de grenspost met Israël, 15 km ten Westen van Hebron. Ook weer ´s morgens vroeg. Een parkeer terrein bij de hal waarin controle plaats vindt. Overal stalen hekken en prikkeldraad. Een standaard indeling: hekken bij de ingang om de mensen in een rij te krijgen; dan een draaihek, wordt op afstand bediend en kan zonder waarschuwing geblokkeerd worden; dan een ruimte met metaal detectoren, zoiets als op vliegvelden: schoenen, riem, horloge, telefoon, geld en alles wat maar kan gaan piepen samen met bagage in een bak op de lopende band, hier veel barse instructies door onzichtbare functionarissen als er iets niet goed gaat en tenslotte controle van documenten, vinger afdrukken etc. Het EAPPI team telt het aantal mensen dat passeert en probeert te achterhalen wat de reden is als mensen niet worden toegelaten. Verder noteren we onregelmatigheden. Alle informatie betreffende de verschillende controle posten wordt in het EAPPI kantoor verder verwerkt en doorgegeven, onder andere aan de VN. Anders dan in Bethlehem mag EAPPI niet de hal in. Buiten tellen we de mensen die door de draaihekken naar binnen gaan. Wat verderop gebeurt, is voor ons niet te zien. Om kwart voor vier uur stond er al een rij met ongeveer 400 mannen. Er woei een koude wind en er was weinig beschutting. Toen om vier uur de draaihekken open gingen was er volop actie. Iedereen leek de eerste te willen zijn. Maar al na een half uur ontstonden er opstoppingen, de doorstroom stagneerde en de draaihekken bleven langer dicht. Op het parkeerterrein kwamen meer auto’s en busjes met meer werkers die naar de andere kant wilden. De rij voor de ingang werd langer en mensen gingen over hekken en plafonds klimmen om vooraan te komen. Dat werd door anderen weer niet geaccepteerd. En dan lijkt het elke keer toch weer hoop te geven als die draaihekken even van het slot gaan en er weer tachtig man kan opschuiven. Om even na half zeven stond onze teller op 3400. Veel mannen die nog in de rij stonden gaven het op, ze zouden niet meer op tijd op hun werk komen. Eén van hen, Morad, vertelde hoe hij een paar dagen geleden in het gedrang zo werd samengedrukt dat hij wel over het hek en plafond moest klimmen. Maar de camera’s legden het vast en bij de metaal detector hadden ze hem te pakken. Voor straf een grondige controle: kleren uit, tas binnenstebuiten, het kostte hem een half uur. Natuurlijk veel oponthoud voor de nijdige collega’s die achter hem stonden. Gewoon pesterij en een collectieve straf. Buiten stonden we de hele tijd wat ongemakkelijk te tellen. Voor iedereen is duidelijk dat we geen werkers zijn die naar Israël moeten. We horen ook niet bij de controlepost, zoveel is gelukkig ook wel duidelijk. Wat doen we dan eigenlijk? Toen ik die vraag probeerde te beantwoorden, precies volgens het EAPPI boekje, sloeg dat niet aan. ‘Wat schiet ik daar mee op’, was de terechte wedervraag. Stel nu eens dat Israël echt van mening is dat al die werkers mogelijk gevaarlijk zijn en dat er daarom grondig gecontroleerd moet worden. Dan zou je verwachten dat ze die controle netjes en efficiënt willen uitvoeren. Als commandant van die controlepost zal je toch een dergelijke klus goed willen aanpakken en er voor zorgen dat het geen chaos wordt. Die ochtend dat ik er was werd het chaos en volgens veel mensen die er regelmatig doorheen moeten is het elke dag zo of zelfs nog erger. En dat is dan nog maar het begin van de dag. Die muur zorgt voor veel ellende, bijvoorbeeld in de controle post Tarqumia, zoals ik hierboven probeer te beschrijven. Maar er zijn meer gevolgen, lees er hier meer over.
*) Hebron is de op een na grootste stad op de Westelijke Jordaan oever. De stad is onder andere bekend omdat de zogenaamde aartsvaders en hun vrouwen hier begraven zijn: Abraham en Sara, Izaäk en Rebecca en Jacob en Lea. In Oost Jeruzalem zag ik een bordje met verwijzing naar het graf van Rachel, Jacob's andere vrouw. Hebron, al Khalil in het Arabisch, is voor Joden de tweede 'heilige' plaats, voor Moslims de vierde. Volgens de Joodse overlevering bevat het graf van de aartsvaders ook het hoofd van Esau. Volgens de verhalen van de Moslims is ook Jozef hier begraven. Maar in Nablus heb ik al een ander graf van Jozef bezocht! Het oude stadscentrum, de Soek, is een verzameling smalle straatjes en steegjes, met overal winkeltjes en kramen.
(7 februari 2012)
22 De nederzetting Efrat
Ten zuiden van Bethlehem ligt de nederzetting Efrat. We werden er een uurtje rondgeleid door Bob Lang, hoofd van de Efrat Religieuze Raad. Bob is Amerikaan, hij kwam voor het eerst in 1970 voor In Efrat wonen nu bijna 9.000 mensen, er zijn al enkele uitbreidingsplannen goedgekeurd en uiteindelijk zal Efrat een stad van 25.000 inwoners worden. Bob is een makkelijke prater, de stortvloed van feiten, meningen en statistische informatie is moeilijk te onderbreken. Hij lijkt me een overtuigd kolonist te zijn. De Bijbel, het Oude Testament, is zijn geschiedenisboek, vertelde hij. En op grond van dat geschiedenis boek rechtvaardigt hij de aanwezigheid van nederzettingen op de Palestijnse Westelijke Jordaanoever. Voorzichtige vragen of de Bijbel werkelijk als geschiedenis boek kan dienen, krijgen geen aandacht. Hij spreekt liever over Judea en Samaria dan over Westelijke Jordaanoever, daarmee blijft het Joodse karakter van het gebied beter gewaarborgd, is zijn mening. Voor hem zijn de meeste nederzettingen gewoon voorsteden van Jeruzalem of Tel Aviv. De nederzettingen zijn volgens hem niet illegaal, niet strijdig met de vierde Conventie van Geneve. Want in die conventie is sprake van een staat die een andere staat bezet en de Palestijnse gebieden zijn nooit een staat geweest. (Die vierde conventie verbiedt dat burgers van de bezettende macht zich vestigen in bezet gebied). Het ‘vredesproces’ heeft volgens Bob Lang vooral meer geweld met zich meegebracht, dus: ‘Israël moet de veiligheidsmaatregelen wel aanscherpen’. Collectieve afstraffing gebeurt vanwege terrorisme: ‘we gebruiken geweld als verdediging’. Mensenrechten gelden overal en voor iedereen. Over dit laatste waren we het allemaal eens. Hij lijkt geen uitgesproken voorkeur te hebben voor een één of twee-staten oplossing, tenminste als Joden maar overal kunnen blijven wonen. Wel zou hij Judea en Samaria direct willen annexeren, de Arabieren die er nu wonen zouden wat hem betreft burgers van Israël kunnen worden. Ik vermoed dat hij toch een joodse staat voor ogen heeft, van de Jordaan tot aan de Middellandse zee, met minderheidsrechten voor Palestijnen. Hij zou met zijn Arabische buren in vrede willen leven, dus wat hem betreft is het niet nodig de geplande muur om Efrat te bouwen. Het was een wat ongemakkelijke bijeenkomst. Voor ons was het goed een uur een kolonist aan te horen en wat vragen te kunnen stellen. Ook wel bijzonder dat hij een groep van dertig EAPPI vrijwilligers in zijn huis wilde ontvangen. Echte discussie ontstond niet, was misschien ook niet te verwachten. (1 februari 2012)
21 Breaking the Silence - De stilte doorbreken
Enkele soldaten die in de bezette Palestijnse gebieden dienden richtten in 2004 ‘Breaking the Silence’ op. Ze waren zich gaan afvragen of alles wat ze deden wel klopte. Ze realiseerden zich steeds duidelijker dat er een diepe kloof is tussen wat het leger in de bezette gebieden doet en wat het publiek er van weet. En dat vonden ze een probleem:´want soldaten doen hun werk in opdracht van de bevolking´. Een tentoonstelling met persoonlijke getuigenissen werd toen gebruikt om het publiek te benaderen. Het sloeg aan. Maar ze worden ook nogal eens uitgemaakt voor: ‘Self hating Jews’, zoiets als: ‘nestbevuilers’. Eén van leden van de organisatie, Avihai Stollar, vertelde ons over de achtergronden. Het werd een persoonlijk verhaal. Avihai ging in dienst toen hij van de middelbare school kwam. Het was het eerste jaar van de tweede Intifada. Zijn vader en broer hadden in een gevechtseenheid gediend en het was vanzelfsprekend dat hij dat ook zou doen. De opleiding was voor hem een goede tijd. Je werd getraind om heuvels te bestormen en om dorpen en steden in Syrië of Libanon in te nemen etc. Slechts de laatste week van de acht maanden infanterie opleiding werd besteed aan de bezette gebieden. Hij was er nog nooit geweest, kende geen Palestijnen en had helemaal geen idee wat hij kon verwachten. In die ene week was er aandacht voor: het uiteen drijven van samenscholingen en voor het verrichten van arrestaties. Ook werd verteld wat je moet doen als er een zwangere vrouw bij de controle post komt! Hij was dus op geen enkele manier voorbereid op de speciale taken en omstandigheden in de bezette gebieden. Maar in de praktijk in de bezette gebieden gedragen soldaten zich alsof ze alles weten en kunnen. Ze zijn de nieuwe machthebbers in dorp of stad en zullen dat laten merken. Er is veel ruimte voor eigen initiatief bij het aanpakken van problemen. Het ontbreekt vaak aan duidelijke richtlijnen hoe op te treden. De dienst in de bezette gebieden, bijvoorbeeld dagen achtereen bij een controle post, is saai en je gaat je vervelen. Werk in een controle post is de meest gehate bezigheid. Je bent immers getraind voor spannende actie en gevecht. Je gaat die spanning en actie dan maar opzoeken. En door het ontbreken van duidelijke richtlijnen is er veel mogelijk, juist voor negentien jarigen die zich willen of moeten waar maken. Een belangrijke strategie van het leger is: zorg bij de bevolking voor een gevoel van angst, onzekerheid en onveiligheid, laat zien en vooral merken dat je er bent. Een manier om dat te doen is een dorp of wijk binnen te vallen, een huis uit te kiezen en daar binnen te gaan, de bewoners in een kamer opsluiten en dan met elkaar een paar dagen, een week misschien in dat huis blijven als in een tijdelijke militaire post. Vrouwelijke soldaten werken vaak onder grote druk, ze moeten laten zien dat ze niet achter blijven. Dit geldt trouwens voor alle soldaten je mag vooral geen ‘softie’ zijn. Het is een illusie dat goede soldaten een positieve invloed hebben op het gedrag van de zwakkere broeders. De praktijk is juist andersom, want er heerst angst en er is intimidatie. Niemand houdt schone handen tijdens de dienst in de bezette gebieden is Avihai’s ervaring. Het leger is niet gelukkig met Breaking the Silence. Ze storen zich aan de publieke optredens, boekjes met getuigenissen, voorlichting en acties. Zoveel als mogelijk probeert het leger de boodschap tegen te houden, maar ze richten zich niet tegen individuele leden van de organisatie. Breaking the Silence, een groep moedige mannen en vrouwen die voor hun mening durven uitkomen. Ter gelegenheid van de tentoonstelling van Breaking the Silence, eind 2011 in Amsterdam, was er publiciteit in Nederland. Lees hier een interview met Jehuda Shaul van Breaking the Silence. (28 januari 2012)
|
20 Peace Now - Vrede Nu
Peace Now is een Israëlische vredesorganisatie, opgericht in 1978 en heeft nu meer dan tienduizend leden, met bekende namen als Amos Oz en David Grossman. We hadden een ontmoeting met Lior Amihai, één van de stafleden van het Settlement Watch programma (programma dat de ontwikkeling van de nederzettingen volgt). In het kort gaf Lior de belangrijkste standpunten van de organisatie weer: - Peace Now is voorstander van twee-staten oplossing voor het conflict tussen Israël en Palestina. Om dat te bereiken zijn onderhandelingen nodig. Uitgangspunt is dat Israël recht van bestaan heeft binnen veilige grenzen, en dat geldt precies zo voor haar buurlanden. - Israël is uniek in het Midden Oosten, het is een vrije en open democratie. Dat geeft het land en haar bevolking een bijzondere verantwoordelijkheid. Zij moeten basis mensenrechten, zoals vrijheid en gelijkwaardigheid voor alle inwoners van de regio helpen bevorderen. Vooroordelen die bij beide partijen bestaan moeten worden afgebroken. - De voortdurende bezetting van de Palestijnse gebieden is schadelijk voor Israël, zowel economisch als politiek. En de nederzettingen zijn een hindernis voor het beëindigen van de bezetting en te komen tot een vredesakkoord. Het settlement watch programma werd opgezet om te protesteren tegen de bouw van nederzettingen en het publiek te informeren. Mensen moeten weten wat er aan de hand is. Geen overheidsinstantie geeft betrouwbare voorlichting over de nederzettingen. Dankzij onderzoek van Peace Now is bijvoorbeeld duidelijk geworden dat grote delen van de nederzettingen gebouwd zijn op particuliere, geconfisqueerde, Palestijnse grond. Altijd werd beweerd dat de nederzettingen zijn gebouwd op ‘state land’, land van de overheid. Overigens werd/wordt de term ‘state land’ door de Israëlische overheid bewust verkeerd gehanteerd. Het is een begrip uit de tijd van het Ottomaanse rijk en hield in dat land dat enkele jaren niet werd bewerkt weer in handen kwam van de Sultan, die het opnieuw beschikbaar stelde aan de bevolking. De Israëlische overheid past de regel echter zo toe dat niet-gebruikt land in beslag wordt genomen en exclusief beschikbaar wordt gesteld aan kolonisten van buiten het gebied. En dus niet aan de plaatselijke, Palestijnse bewoners zoals in de Ottomaanse tijd.
Ook blijkt uit onderzoek van Peace Now dat de nederzettingen de toegewezen grond maar voor ongeveer 20% ook echt gebruiken. De toewijzing van grond werd kennelijk niet gedaan op basis van behoefte of reële plannen, maar vooral vanwege de wens een zo groot mogelijk stuk land in bezit te krijgen. Ook hebben kolonisten bijna overal geprobeerd hun gebied uit te breiden buiten de oorspronkelijk toegewezen grenzen, dus door land van Palestijnse boeren te confisqueren. Voor de meeste Palestijnen is dit allemaal natuurlijk geen nieuws. Het is te hopen dat er binnen de Israëlische samenleving hierover enige De afgelopen twintig jaar, na sluiting van de Oslo akkoorden, werd formeel geen goedkeuring verleend aan de bouw van nieuwe nederzettingen. Alles wat werd gebouwd was illegaal, niet alleen volgens internationaal recht, ook volgens Israëls eigen wetgeving. Al die tijd hield de regering vol dat de illegaal gebouwde outposts gesloopt zullen worden. Ze zijn illegaal omdat ze op Palestijnse grond zijn gebouwd. En inderdaad zijn er voorzichtige pogingen geweest van het leger om hier en daar een caravan of container op te ruimen. Peace Now volgt dit allemaal nauwgezet en won vorig jaar een belangrijke rechtszaak over Migron, een outpost die in maart 2112 opgeruimd moet zijn. De kolonisten werken tegen en zij hebben veel invloed, de overheid lijkt toe te geven. De regering Netanyahu heeft al een compromis voorstel gedaan, waarbij een nieuwe settlement gebouwd zal worden en tot die gereed is mogen de kolonisten in Migron blijven wonen. Allerlei andere illegale outposts zullen misschien achteraf alsnog gelegaliseerd worden. Vertaling van de tekst op de Mignon poster hiernaast: Speciale aanbieding! - Dring iemands land binnen - Vestig een illegale nederzetting - Lieg - Dreig met geweld - Weiger te vertrekken Wat krijg je er voor? Een gloednieuwe nederzetting (op kosten van ons allemaal) WE KUNNEN NIET TOESTAAN DAT DE KOLONISTEN DE STAAT OVERNEMEN Zeg daarom NEE tegen Netanyahu's voorstel en JA tegen verwijderen van Mignon Klik hier om alles over Peace Now te lezen op hun Engelstalige website. (28 januari 2112)
19 Joodse en Palestijnse IsraëliërsIn de oorlog van 1948 zijn niet alle Palestijnen verdreven, velen bleven achter in het gebied dat Israël werd. Zij werden burgers van de staat Israël. Op het ogenblik bestaat de groep Palestijnse Israëliërs uit bijna anderhalf miljoen personen. Het is een minderheid van ongeveer twintig procent.
Het is niet algemeen bekend dat er buiten de Westelijke Jordaanoever, Oost Jeruzalem en Gaza ‘gewoon’ Palestijnen in Israël wonen. De Palestijnen in Israël en die op de bezette Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost Jeruzalem, en in Gaza voelen zich één volk. Dit werd me verzekerd door een staflid van Mossawa, toen we in Haifa deze organisatie bezochten. Mossawa is een In de onafhankelijkheidsverklaring van 1948 definieert Israël zich als een Joodse en een democratische staat. Een land met een niet-joodse minderheid toch Joods en democratisch noemen, dat lijkt me een tegenspraak. De positie van de Palestijnse Israëliërs is zeer ingewikkeld. Dit heeft te maken met het feit dat er geen grondwet is, waarin rechten en plichten van burgers zijn vastgelegd. En dat heeft onder andere weer te maken met de besluiteloosheid rond het dilemma: Joods en democratisch. Geen grondwet, maar er is wel een set basiswetten die voorlopig een grondwettelijke status hebben. Palestijnen in Israël verlangen een gelijke positie als hun Joodse medeburgers. En net als overal in de wereld vragen ze bescherming van hun minderheidspositie. Het zijn juist minderheden die grondwettelijke bescherming nodig hebben om er voor te zorgen dat zij dezelfde rechten genieten als de meerderheid. Tot nu toe zijn de Palestijnse burgers niet betrokken bij het voortgaande overleg over een grondwet. In een democratische staat zouden toch alle burgers daar bij betrokken moeten worden. De Palestijnse minderheid wordt achtergesteld. Er bestaat formele discriminatie in wet en regelgeving. In de dagelijkse praktijk is er ook sociaaleconomische achterstelling. Voorbeelden van formele discriminatie: - Er zijn wetten waarin sprake is van Israël als de staat van het Joodse volk. Palestijnse burgers worden daarmee dus uitgesloten. - Symbolen van de staat zijn typisch en exclusief Joods, bijvoorbeeld het volkslied. - Verschillende wetten geven Joden en hun familieleden bijna automatisch Israëlische burgerrechten zodra ze zich in Israël vestigen. Niet-joodse echtgenoten van een Israëlisch staatsburger krijgen pas na een lange procedure een verblijfsvergunning. Als die niet-joodse echtgenoten Palestijnen zijn uit de bezette gebieden, is een verblijfsvergunning, laat staan burgerrechten, vrijwel onmogelijk. - Er bestaan overeenkomsten tussen regering en enkele Joodse organisaties, waarbij overheidstaken worden overgedragen. Die betreffende Joodse organisaties werken exclusief voor de Joodse bevolking. Er zijn geen soortgelijke overeenkomsten met Palestijnse organisaties. - Politieke partijen en kandidaten mogen slechts deelnemen aan parlementsverkiezingen als ze erkennen dat Israël een Joodse en democratische staat is! Deelname van Palestijnse partijen en kandidaten wordt zo dus moeilijk of onmogelijk gemaakt. - Er is wetgeving waarin van alles is geregeld over het behoud van Joodse heilige plaatsen, maar zulke wetgeving voor Moslim of Christelijke plaatsen bestaat niet.
- Rustdagen en algemene vrije/ feest dagen worden bepaald door de Joodse religieuze kalender. Herdenking van de Nakba Elk jaar zijn verhoudingsgewijs de overheidsuitgaven ten behoeve van de Palestijnse bevolking veel lager dan die voor de Joodse bevolking, bijvoorbeeld in onderwijs en gezondheidszorg. Deze decennia lange opeenstapeling van achterblijvende overheidsuitgaven heeft grote welvaartsverschillen tussen Joodse en Palestijnse burgers tot gevolg. De armoede cijfers illustreren dit, bijvoorbeeld de helft van de Palestijnse gezinnen leven onder de armoede grens, in de joodse gemeenschap is die 16%. Het bureau voor de statistiek publiceert elk jaar een overzicht van de sociaaleconomische situatie van de verschillende gemeenten, verdeeld in tien clusters. Cluster 1 bevat de laagst geclassificeerde en cluster 10 de hoogst geclassificeerde gemeenten. Doorgaans valt de helft van de Palestijnse gemeenten in de twee laagste clusters en 97% valt in de vier laagste clusters. De decennialange opeenstapeling van achterblijvende overheidsuitgaven heeft dus ook zijn gevolgen voor gemeenten, Palestijnse gemeenten zijn in de loop der jaren tot de armste in Israël gaan behoren. Israël noemt zich graag de enige democratie in het Midden Oosten, maar daar zijn dus een paar kanttekeningen bij te plaatsen. Ook de bewering van premier Netanjahu dat de anderhalf miljoen Palestijnen in Israël de enigen zijn die in een democratie leven vind ik niet geloofwaardig. Op de Engelstalige website van Mossawa vind u meer informatie. Mossawa wordt gesteund door KerkinActie/ ICCO. Op de website van KerkinActie kunt u meer over de organisatie lezen. De beide foto's in dit artikel 'leende' ik van de KiA website! (januari 2012)
18 New Profile
In Haifa hadden we een keer een ontmoeting met Ruth Hiller van New Profile. Een moeder die het Ruth komt uit Amerika. Ze was al vroeg gecharmeerd van de kibboets en het socialistisch Zionistisch ideaal. Ze liet haar familie achter en verhuisde naar Israël. Ze is niet gelovig, noemt zich atheïst. Van dat vroegere kibboets ideaal is weinig meer over, alles in haar kibboets is nu geprivatiseerd. Het is een met hekken omgeven en beschermd landbouw dorp geworden. Het gezin besloot er met elkaar alles aan te doen om de zoon uit dienst te houden en om er voor te zorgen dat hij niet in de militaire gevangenis komt. Ze liepen er direct al tegen aan dat het publiek geen toegang heeft tot informatie over dienstweigeren. Het leger houdt die informatie achter. Ruth besloot hulp te zoeken bij ´Women in Black´ die toen actie voerden voor terugtrekking van de troepen uit Zuid Libanon *). Ze organiseerden bijeenkomsten en gespreksgroepen over feminisme en militarisme. Een proces van bewustwording was begonnen. Toen ze een conferentie organiseerden over: ‘Het recht op een eigen geweten’ en daarvoor een zaal in haar kibboets huurden, kwam er tegenstand. Een demonstratie met de leus: ‘Nooit meer Auschwitz’. Impliciet, maar duidelijk, een ernstige beschuldiging en verdachtmaking. Ze lieten zich niet uit het veld slaan, de conferentie ging door, op een andere plek. Een nieuwe beweging, New Profile, was geboren, 30 oktober 1998.
Geen enkele advocaat wilde hem verdedigen. Dienstweigeren op ideologische gronden was volgens hen een verloren zaak, daar wilden ze hun vingers niet aan branden. Uiteindelijk werd een jonge advocaat gevonden, een beginner, die zijn zaak wel wilde behandelen. Ten slotte werd hij ‘unfit’ voor militaire dienst verklaard. Tegenwoordig zijn de procedures en informatievoorziening minder slecht geregeld. New Profile respecteert iedereen die dienst wil weigeren om wat voor reden dan ook en staat klaar om te helpen: advisering, contact met gelijkgezinden, informatie verschaffing, juridische hulp. De organisatie voert geen actie voor dienstweigering. Wel geven ze, op aanvraag, voorlichting over consequenties en te volgen procedures. Dienstweigeren omdat je het niet eens bent met de bezetting van de Palestijnse gebieden wordt niet geaccepteerd, dat loopt uit op weigeren van een dienstbevel. En dat eindigt in de militaire gevangenis. De organisatie voert wel actie tegen de militarisering van de samenleving. Bijvoorbeeld in de reclame is die zo vanzelfsprekend, het valt niet meer op. Ze maakten een tentoonstelling daarover. We zagen een paar voorbeelden. De beelden van de tentoonstelling, met Engelse tekst, kunt u hier bekijken, (heb geduld het vraagt even tijd om alles te downloaden). De tentoonstelling staat ook op de New Profile website, maar daar wordt aan gesleuteld en die werkt nu niet 100%. Het leger is alom tegenwoordig, niet alleen in de reclame en op straat, vooral ook in scholen. Soldaten voor de klas of als onderwijs assistent. Militaire trainingen al op de middelbare school. Schoolreisjes naar militaire bases. Hoe meer scholieren zich aanmelden bij gevechtseenheden, hoe meer subsidie de school ontvangt. Alles is er op gericht dat jongeren het leger ingaan, het moet vanzelfsprekend zijn. Het hoort bij de geïdealiseerde Israëlische samenleving dat iedereen voor zijn land wil vechten. De praktijk is weerbarstiger, 25% van de middelbare schoolverlaters gaat nooit in dienst en van de groep die wordt opgeroepen valt 26% af, al direct bij het begin. Ouders hebben natuurlijk een belangrijke rol om die militarisering tegen te gaan, bewustwording is een sleutelbegrip. Door het standpunt van hun zoon/ broer en alles daar omheen zijn Ruth en het gezin bewust geworden. Enkele in het oog springende New Profile leuzen: ‘Van een gemilitariseerde samenleving naar een burgersamenleving’; ‘Van een discriminerende en onderdrukkende samenleving naar een egalitaire samenleving’; ‘Van bezettende mogendheid naar respectvolle buur’. De organisatie stuurt petities aan parlementsleden, ministers en Verenigde Naties. Eén en ander had tot gevolg dat New Profile en andere groepen door een minister ‘handlangers van terroristen’ werden genoemd. New Profile, een moedige groep mensen die niet alle overheidspropaganda zo maar voor zoete koek aanneemt. *) Meer over Women in Black leest u hier. Er is ook een Nederlandstalige website: vrouwen in het zwart.
17 The Other VoiceTijdens ons werk hebben we ook contact met Israëlische vredes en mensenrechten organisaties. Al in één van mijn eerste verhalen noemde ik dat tien jaar geleden een Israëlische vredes organisatie, Ta’ayush, een rol speelde bij de terugkeer van de verdreven bevolking van Yanoun. Toen we een maand geleden de sloop van woningen in een dorp in de Jordaanvallei documenteerden ontmoetten we daar drie leden van ACRI, Association for Civil Rights in Israel. Eén van de drie vrouwen vertelde dat ze tien jaar geleden bij Ta’ayush hoorde en dus Yanoun goed kent. De website van ACRI toont een indrukwekkend mensenrechten programma. Halverwege onze drie maanden kwamen we met onze hele groep voor een paar dagen bij elkaar voor verdere training en oriëntatie. Directe contacten met Israëlische organisaties waren onderdeel van het programma. Daarvoor gingen we naar Sderot, Haifa en Jeruzalem.
Sderot is een dorp, vlak bij Roni is lid van ‘The Other Voice’ (de andere stem), ze hebben een website. De organisatie zegt van zichzelf een niet-partij politieke organisatie te zijn. Leden komen uit alle lagen van de bevolking, zowel uit Israël als Gaza. Eigen ervaringen met: vooroordelen, onbegrip, gebrek aan wederzijds vertrouwen, groeiende gevoelens van haat en een voortgaande verwijdering tussen bevolkingsgroepen waren belangrijke redenen om ‘iets te willen doen’. Oorlog, geweld en tegengeweld brengen geen enkele oplossing is hun gedeelde overtuiging. Ze gaf voorbeelden van activiteiten die in de afgelopen jaren werden ondernomen: verwijderen van racistische en haat leuzen en symbolen van muren; brieven aan politici, o.a. Netanjahu; bijeenkomsten waar burgers uit Israël en Gaza elkaar ontmoeten en spreken over voor ieder herkenbare problemen in onderwijs, gezondheidszorg, werkgelegenheid etc. Ze realiseert zich dat beide groepen vanuit verschillende kanten naar de werkelijkheid kijken: ‘Mijn vrijheid is een catastrofe voor sommige Palestijnen’. Zeker niet iedereen is het er mee eens dat een gemeenschappelijke ruimte in de moshav door ‘The Other Voice’ wordt gebruikt. Het bestuur heeft gelukkig geen bezwaar. ‘The Other Voice’ wordt getolereerd, maar kan in Sderot niet op grote steun rekenen. Maar één ding is zeker. Roni en haar medestanders, het zijn moedige mensen, die vragen durven stellen en niet tevreden zijn met de bestaande werkelijkheid. Aan het eind nam Roni ons mee naar de grens met Gaza waar ook een muur met veiligheidsstrook is gebouwd. Op de achtergrond de Midellandse zee.
16 Onteigening van land
Het gebeurt elke keer weer onverwacht. We moesten een lang rapport aanpassen en het moest per se voor de avond verstuurd worden. Een paar van ons bleef thuis om het af te maken. We waren goed en wel aan de slag toen we gewaarschuwd werden dat er een paar kilometer verder op, ten oosten van Beneden Y In Beneden Yanoun was een kleine oploop. We troffen er Judat Hamad Ibrahim en nog een man of tien met hun drie tractoren. Achterop de tractoren zakken zaaigoed. Je ziet dat nu overal. De afgelopen weken werd geploegd. Nu is er zo nu en dan regen en er moet gezaaid worden voordat de volgende bui valt. Judat en de mannen met de tractoren zijn boeren uit Aqraba, een half uur lopen van Beneden Yanoun. Zij waren op weg naar hun land. Onderweg werden ze tegen gehouden door een paar stenen gooiende kolonisten. De Palestijnse boeren hebben inmiddels ondervonden dat stenen teruggooien geen zin heeft, zelfs tegen hen gebruikt zal worden. Want, gewaarschuwd door de kolonisten, zullen leger en politie direct ter plekke zijn en de Palestijnen arresteren. En je kunt zomaar je tractor kwijt zijn en weken lang, zonder vorm van proces, vastgehouden worden. Ze gooien dus geen stenen terug, maar bellen de burgemeester van Yanoun. Hij op zijn beurt neemt contact op met de Israëlische DCO (een Israëlische contactpersoon) legt uit wat de situatie is en vraagt de DCO om de kolonisten tot de orde te roepen. Er gebeurt verder niets, wij besluiten de weg een stuk af te lopen in de richting waarin ook de boeren moeten om bij hun land te komen. In de buurt van de zijweg die naar de nederzetting leidt stoppen we en wachten. Na een poosje komt er een militaire jeep vanaf de nederzetting de heuvel af en gaat door naar Beneden Yanoun. Wij lopen weer terug, maar zien al snel de jeep, met daarachter drie tractoren, ons tegemoet komt. Zou het leger de boeren tegen de kolonisten beschermen en ze naar hun land begeleiden? Rashed, de burgemeester, rijdt ook mee in het konvooi, wij stappen bij hem in de auto. Even voorbij de zijweg naar de nederzetting wordt gestopt, kolonisten zijn niet tevreden met het optreden van het leger. De tractoren moeten achteruit, een paar honderd meter terug. Wachten op een hogere officier. Na dik een uur wachten worden de boeren gesommeerd met een delegatie naar de zijweg te komen. Wij gaan mee, maar blijven op afstand. Uit de lichaamstaal van de officier is duidelijk dat doorgaan niet zal lukken. Volop discussie, we kunnen zien dat de boeren het er niet mee eens zijn. De discussie wordt gesloten, soldaten vertrekken naar de nederzetting. De boeren komen geëmotioneerd, boos, verontwaardigd terug naar de weg, en gaan naar hun tractoren.
Dit verhaal past in wat we een dag of tien geleden al gingen begrijpen. Toen ging het om kolonisten uit dezelfde nederzetting die herders tegen hielden. Ook toen kwam het leger erbij. De herders werd toen duidelijk gemaakt dat ze nergens mogen komen waar ze de gebouwen van de nederzetting kunnen zien. Zodra ze een gebouw boven op de heuvel zien zijn ze al te dichtbij en moeten direct terug. Dus de kolonisten in hun huizen boven op de heuvel willen geen Palestijn in hun gezichtsveld hebben. En het leger zal die wens eerbiedigen en voor handhaving zorgen. Ook wij moesten toen direct vertrekken want we waren in overtreding. (In gebied C, waar dit allemaal gebeurde, is het Israëlische leger de baas, zij kunnen de kaart inkleuren zoals ze het willen hebben. Dat al decennia lang Palestijnen er hun land bewerken speelt geen rol). Ik probeer me voor te stellen hoe dat is, hoe Judat en zijn collega’s thuis komen. Wat vertel je je vrouw en kinderen, hoe ervaar je de vernedering, hoe moet het verder? En dan te bedenken dat dergelijke voorvallen geen uitzondering zijn, al decennia lang gebeurt dit. Toevallig was ik in de buurt en kan het u vertellen. ( 20 januari 2012)
15 Scheidingsmuur
De scheidingsmuur tussen Israël en Palestijns gebied veroorzaakt veel problemen. Ooit werd als argument gebruikt dat een muur nodig is om de veiligheid van Israëlische burgers te garanderen. Dat argument is steeds meer in twijfel Voor de goede orde: het is niet overal een 8 m hoge betonnen muur. Sommige stukken muur zijn hoger. Gedeelten bestaan uit hekken met veel prikkeldraad en elektrische beveiliging, met aan weerszijden van dat prikkeldraad een strook verboden gebied. Er wordt dan ook wel gesproken van een barrière, die dus betonnen muren en hekken omvat. Nog steeds wordt er aan de muur gebouwd. In Bethlehem ben ik er gaan kijken. Om veel van de dilemma’s met betrekking tot de scheidingsmuur/ barrière te begrijpen, nog even iets over de groene lijn. In 1949 toen Israël en Jordanië een ‘staakt het vuren’ overeenkwamen werd met een groene lijn de bestandslijn op de kaart getekend. Onderhandelingen tussen beide landen hebben nooit een definitieve grens opgeleverd. Toen Israël in 1967 de Westelijke Jordaanoever op Jordanië veroverde was die voorlopige groene grenslijn er nog steeds. Voor het gemak wordt die groene lijn meestal maar aangehouden als de grens tussen Israël en bezet Palestijns gebied. Maar formeel hebben geen van beide partijen die groene lijn ooit als grens erkend. Er moet nog steeds over onderhandeld worden! De enige grens tussen Israël en Palestina die ooit wettelijk werd vastgelegd was die in het VN verdelingsplan van 1947, toen door Israël aanvaard maar door de Palestijnen verworpen. De scheidingsmuur/ barrière ligt voor een belangrijk deel op bezet Palestijns gebied. Dit is een schending van Internationaal Humanitair Recht. De grond voor de aanleg van de barrière werd van Palestijnen afgenomen, ook nog eens zonder enige vergoeding. De totale lengte van de barrière is ruim 700 km, de groene lijn is nog geen 350 km lang. Die extra lengte ontstaat om de nederzettingen, gebouwd in Palestijns gebied, aan de Israëlische kant van de muur te krijgen. De muur maakt daarom grote lussen om die nederzettingen heen en Palestijns gebied in. Veiligheid is altijd het argument geweest voor de bouw. Het zou in Israël zelfmoordaanslagen vanuit Palestijns gebied moeten verhinderen. Sinds de bouw is het aantal zelfmoordaanslagen afgenomen. Misschien dat die muur daar een bijdrage aan leverde. Maar een belangrijke andere factor was in ieder geval dat Hamas haar beleid veranderde en geweldloos verzet een hogere prioriteit gaf. Meestal wordt dit aspect in de publiciteit verzwegen. Het veiligheidsargument wordt aangevochten. Allerlei militaire en veiligheidsexperts, ook Israëlische, geven aan dat een dergelijk lange barrière met grote lussen niet of slecht te verdedigen is. Om echt de veiligheid te dienen zou die muur zo kort en zo recht mogelijk moeten zijn.
Maar het is niet alleen maar een formeel juridische kwestie. Veel mensen, landen en regeringen laten hun standpunt wel bepaald worden door deze beperkte, formeel juridische benadering. Maar een grens tussen twee buren, twee landen, heeft ook economische, sociale, economische, morele, historische en culturele kanten. Door de grens op Palestijns grondgebied te bouwen komt er Palestijns land aan de Israëlische kant van de muur. Het is land waar Palestijnse boeren hun gewassen verbouwen. Het is meestal vruchtbaar land, met goede waterbronnen. Boeren moeten nu uren omrijden om bij hun eigen land te komen. Of ze moeten speciale vergunningen aanvragen om gebruik te mogen maken van zgn. agricultural gates (landbouwcontrole posten) in de barrière. De economieën van Israël en de Palestijnse gebieden waren altijd sterk met elkaar verweven, meer nog dan die van Nederland en Duitsland. Die barrière met te weinig doorgangen verbetert het economisch verkeer niet. Vooral voor een afhankelijke economie als de Palestijnse heeft het zeer nadelige gevolgen. In Bethlehem sprak ik mevrouw Anastas die jarenlang een druk bezochte souvenir winkel had. Tot de muur in het midden van de straat werd gebouwd. Nog steeds liggen de schappen vol, maar de klanten blijven weg.Vroeger konden bijvoorbeeld bouwvakkers gemakkelijk in Israël aan’t werk. Met de muur en de bijkomende pasjes regeling is dat nu veel moeilijker.
Er zijn ook delen van Palestijnse dorpen die aan de verkeerde kant van de muur terecht kwamen. De mensen die daar wonen, kunnen geen kant op, ze mogen Israël niet in en om in Palestina te komen moeten ze uren omrijden. Bestaande sociale verbanden tussen buren en families zijn opeens wreed verstoord en mensen worden ernstig in hun bewegingsvri Israëlische burgers zullen nog minder gemakkelijk dan vroeger naar Palestijns gebied komen en gewone ontmoetingen tussen Joden en Palestijnen komen steeds minder vaak voor. Dit houdt de vooroordelen aan beide kanten in stand, zal die vooroordelen in ieder geval niet afbreken. In de toekomst zullen beide volken op de een of andere manier toch naast elkaar moeten wonen en leven. Met de bouw van de muur, die allang niet meer een voorlopig karakter heeft, wordt de start daarvan steeds moeilijker en steeds meer op de lange baan geschoven. Het wordt de Palestijnen langs delen van de groene lijn erg moeilijk gemaakt om hun normale leven voort te zetten. Uiteindelijk hopen de Israëliërs dat het zo lastig wordt dat mensen de moed opgeven, hun land verwaarlozen en/of naar de stad of buitenland wegtrekken. Het vrijkomende land wordt dan in bezit genomen door Israëlische boeren. Niet veiligheid, maar het in bezit nemen van land, de gestaag voortgaande kolonisatie van Palestijns grondgebied lijkt een belangrijke reden voor de bouw van de muur te zijn. (januari 2012)
|


gewassen. Er lijkt geen eind aan te komen. 


Tegenwoordig heeft Hebron een heel andere reputatie.
Later vroeg Rachel de lerares van een parallel klas hoe zij dit verhaal had verteld. “Wat bedoel je”, antwoordde de vrouw, “ik heb hen de waarheid verteld, dat Arabieren altijd liegen en bedriegen”. “Als Ephron 400 sjekel wilde hebben, waarom zei hij dat dan niet direct, in plaats van te doen alsof hij het als een gift had willen geven?”


ever, Nablus heeft meer inwoners. De stad is onder andere bekend omdat de zogenaamde aartsvaders en hun vrouwen hier begraven zijn: Abraham en Sara, Izaäk en Rebecca en Jacob en Lea. In Bethlehem zag ik al eens een bordje met verwijzing naar het graf van Rachel, Jacob ‘s andere vrouw. Hebron, al Khalil in het Arabisch, is voor Joden de tweede 'heilige' plaats, voor Moslims de vierde. Volgens de Joodse overlevering bevat het graf van de aartsvaders ook het hoofd van Esau. Volgens de verhalen van de Moslims is ook Jozef hier begraven. Maar in Nablus heb ik al een ander graf van Jozef bezocht!
zend militairen in de stad gelegerd. Straten en steegjes rondom de nederzettingen zijn verboden gebied voor de Palestijnse inwoners. Zo nodig wordt een straathoek tot verboden/ militair gebied verklaard. De Palestijnen (ongeveer 40,000) worden er in hun bewegingsvrijheid beperkt. Drink water voorziening, riolering, ophalen van huisvuil etc. zijn niet goed geregeld. Er heerst armoede. Veel van de winkels zijn gesloten, deuren zijn met een stuk staal dichtgelast.

. Ze werken niet, hij heeft tot nu toe twee keer een boek kunnen ontvangen, geld dat door de familie wordt gestuurd wordt vaak als straf een poosje achtergehouden.
vakantie naar Israël. Hij woont er nu al 36 jaar, waarvan 26 in Efrat. Hij ging in militaire dienst, werkte in een kibboets, was betrokken bij de bouw van nieuwe nederzettingen en actief in lokale politiek. Hij was een periode manager van een gezondheidsinstelling en ook adviseur van de eerste minister en is nu hoofd van de Efrat Religieuze Raad. Deze Raad is ‘het uitvoerend orgaan’ van de rabbi’s, voor religieuze zaken in de gemeenschap.
‘Israëlische soldaten vertellen over hun tijd in de bezette gebieden.’
commotie ontstaat.
organisatie die opkomt voor de belangen van de Palestijnse bevolking in Israël en we hadden er een goede bijeenkomst.
(catastrofe) de naam die Palestijnen geven aan de verdrijving van de Palestijnse bevolking in 1948, is verboden. Dat wil zeggen scholen, gemeenten etc. die een herdenking organiseren raken hun overheidssubsidie kwijt. (Maar het gaat om belastinggeld, Palestijnse burgers betalen belasting, het is niet iemands privé geld!).
verhaal vertelde over problemen die zij doormaakten toen haar zoon, 15 jaar, besloot niet in het leger te kunnen dienen. Een pacifistisch gewetensbezwaarde. Haar dochter had haar dienstplicht van twee jaar al wel vervuld.
Haar zoon zette door. Ging op 16 jarige leeftijd in discussie met het leger. Maar weinig pubers zijn sterk genoeg om dat aan te kunnen. Informatie was niet beschikbaar in het Hebreeuws, wel Engelse literatuur uit andere landen. Een klein groepje steunde hem ter voorbereiding op een militair tribunaal. Het leger bood hem alternatieve dienstplicht aan, in een ziekenhuis. Maar hij weigerde: ‘ik weet hoe ik me als vrijwilliger in een ziekenhuis kan aanmelden’. Daarop besloot het leger hem direct op te roepen en dat zou eindigen in de gevangenis.
Gaza en al jaren, sinds de tweede Intifada, doelwit van raketaanvallen vanuit Gaza. In de moshav Netiv Ha’asara (moshav = collectieve landbouw gemeenschap van individuele boeren) werden we ontvangen door Roni Keidar. Roni vertelde over het leven in de moshav met de continue dreiging van raketaanvallen. We zagen verstevigde ‘bushokjes’, die als schuilplaats dienen tegen raketaanvallen. Ook de zaal waar we werden ontvangen had twee betonnen schuilruimten. Er is een waarschuwingssysteem, binnen veertig seconden na de sirene zal de raket ontploffen. Roni is zich er altijd van bewust dat er een schuilmogelijkheid in de buurt moet zijn. En natuurlijk is ze in de zorgen als ze weet dat de kleinkinderen onderweg zijn. De raket aanvallen zijn slecht gericht en gelukkig zijn er daarom in de moshav nog geen slachtoffers gevallen. In het dorp bekeken we een in de kinderspeelplaats ‘geïntegreerde schuilplek’.
anoun problemen zijn. Met de vraag of we er naar toe kunnen komen.
De officier heeft de mannen uitgelegd dat het gebied waar ze doorheen moeten en waar ook hun land is militair terrein is, dus verboden gebied!
getrokken. Langzamerhand werd duidelijk dat niet veiligheid, maar het in bezit nemen van land, de gestaag voortgaande kolonisatie van Palestijns grondgebied, een belangrijke reden voor de bouw van de muur was. Hieronder probeer ik één en ander te verduidelijken.
Als je het heel beperkt, formeel juridisch bekijkt mag iedereen en elk land zijn grens met wat voor muur of hek dan ook markeren. Maar doe dat dan wel op de grens of op eigen grondgebied en niet op het land van de buren. Israël heeft bewust ervoor gekozen de scheidingsmuur niet op de groene lijn te bouwen om vooral niet de indruk te wekken dat ze die groene lijn als definitieve grens erkent!
jheid beperkt